Preek Professiefeest

Preek Eucharistieviering Professiefeest 24-8-2021
door Pater Ben Verberne MSC

Vandaag zijn er vier zusters die hun professiefeest vieren, 60 en 65 jaar:
getallen waarin volheid doorklinkt, een geleefd leven van verbondenheid en van toewijding.

U hebt uw professie afgelegd in 1956 en 1961.
Dat waren jaren waarin ons land weer enigszins op adem gekomen was van de tweede wereldoorlog.
Geen land in Europa, Duitsland uitgezonderd, kwam zo beschadigd uit de Tweede Wereldoorlog als ons land:
zoveel doden te betreuren, zoveel verwoesting van personen, van gezinnen, materiële schade ook.
De tijd van wederopbouw, – materieel, geestelijk, moreel – kwam tot een afronding.
De zestiger jaren werden getekend door een toenemende vooruitgang,
maar ook door politieke verzuiling en door nieuwe tegenstellingen tussen Oost en West.

Het was een tijd waarin vorming en opleiding binnen onze congregaties
nog plaatsvonden in grote groepen en volgens een vast stramien,
met nadruk op bidden, vooral véél bidden, en hard werken.
Tegelijkertijd waren het jaren van toegroeien naar het Tweede Vaticaans Concilie,
naar een nieuwe manier van kerk zijn, van enthousiaste ideeën,
van medeverantwoordelijkheid en vooral van … ruimte!
Ruimte waarin vrouwen en mannen een nieuwe plaats ontdekten in de samenleving en in de kerk van toen.
Toch was het ook een overgangstijd: tussen de sporen van een ascese
die eigenlijk al tot het verleden hoorden, werden tegelijkertijd al voorzichtig
nieuwe vormen van religieus leven zichtbaar.
Het was de tijd van kiezen voor mensen in de marge en van een nieuw missionair tijdperk, dichtbij en ver weg.

De missie van de Nederlandse FDNSC-provincie was uitgegroeid tot rijke verscheidenheid:
Indonesië en Papua Nieuw Guinea kwamen tot bloei en zelfstandigheid.
In Nederland boden zich nieuwe uitdagingen aan: in het parochiepastoraat,
in de verpleging, de vorming van meisjes en ondersteuning van vrouwen
in hun persoonlijke ontwikkeling en vaardigheden.
Ook de eigen gemeenschap was volop in beweging.

En toch, als we dit alles op waarde willen schatten, dan mag je niet volstaan met
het afvinken van werkterreinen waarin u zich heeft begeven. Dan moet je verder gaan.
Of eigenlijk niet verder, maar dieper en terugkeren naar het evangelie van vanmorgen,
want daar ligt de kern, daar ligt het hart van alles:
Jezus dankt zijn Vader omdat Die het geheim, het wonder van Zichzelf,
heeft willen openbaren en omdat Hij dat dat wonder heeft gedeeld
met mensen die openstaan voor zijn koninkrijk, – de kleinen der aarde.

Jezus dankt zijn Vader, niet afstandelijk, maar op een manier die zijn bewogenheid laat horen:
het rààkt hem, omdat hij zelf daarbij betrokken mag zijn,
zijn leven in dienst mag stellen van het kenbaar maken van Gods liefde.
Hij is er zich – zo schrijft de kerkgemeenschap rond Matteüs die dit later optekende –
hij is er zich van bewust dat alles hem door zijn Vader in handen is gegeven
om dit wonder van God aan mensen te onthullen, te verkondigen.
En dan nodigt Hij ons uit, vrààgt hij ons dat ook wij binnengaan in dat wonder van Gods liefde:
Komt naar mij, jullie die uitgeput bent en overbelast.
Neem mijn juk op je schouders, leer van mij: ik ben zachtmoedig en nederig van hart.
Dan zal je tot rust komen, je dorst zal worden gelest, je verlangen vervuld.

Met deze woorden vertrouwt Jezus ons toe van waaruit hij zelf leeft
en hij probeert ons over te halen onszelf te openen voor God,
en er te zijn voor mensen in hun lijden, in hun verdriet,
hun onmacht en hun rechteloosheid.

Het zijn ook woorden waardoor Pater Chevalier en Moeder Marie Louise Harzer,
de stichters van onze congregaties, zich uitgenodigd voelden om toe te treden tot
de leerschool van het Hart.
Mensen die aan de kant geschoven zijn, door ziekte, onderontwikkeling, dictatuur en ziekte,
zij waren het om wie Jezus zo bewogen was.
Omwille van hen werden ook wij ‘door de wereld bewogen’
en namen wij op ons ‘een missie in de marge’ van de samenleving.

“Leert van mij dat ik zachtmoedig ben”, een kernwoord dat hoort bij óns:
• Zachtmoedigheid strookt niet met de concurrentie en met het ellebogenwerk dat zo vaak
de kop opsteekt wanneer mensen samenwonen en samenwèrken ook al is het voor nog zo nobel doel.
• Zachtmoedigheid leunt aan tegen het oude, fraaie woord ‘mildheid’.
Mild dat komt van het werkwoord ‘malen’.
Mild, wil zeggen: vermalen, fijn, zacht.
Om mild te zijn moet je eerst gemalen worden, want dàn pas wordt het harde koren zacht.

Mild en zachtmoedig zijn mensen die gemalen zijn door het leven … gemalen, niet verpulverd!
Ze hebben in hun leven hoogtepunten ervaren,
zijn door diepte en crisis gegaan, hebben hun eigen zwakheden en die van anderen onder ogen gezien,
maar ze zijn niet verbitterd of cynisch geworden.
Zachtmoedige, milde mensen zijn zij die het leven – van henzelf en van anderen –
hebben leren aanvaarden met een zin voor betrekkelijkheid en vaak met humor.

Het is waar, vandaag nemen onze gemeenschappen in aantal af.
We hebben minder in te brengen, maar toch geloven we
dat wat we ooit met enthousiasme zijn begonnen
en waarvoor we ons een leven lang hebben ingezet,
ook vandaag z’n waarde heeft:
belangeloos en onvoorwaardelijk dichtbij mensen staan,
zoals Maria die ‘er was’, aanwezig onder het kruis.
Er zijn zoals zij – om mensen te bemoedigen, te troosten en
ze al doende te helpen ervaren dat God liefde is.

In de wijde wereld van onze tijd worden de grote dingen vaak gedaan
door kleine mensen.
Dat geldt ook voor de wereld van Notre Dame en daar waar mensen
het leven laten komen zoals het zich ontvouwt.

Zo liet Maria het leven groeien in haar schoot,
leefde zij met open handen: kome wat komt.
Zo volgde zij haar Zoon, die ook zelf de Weg ging,
tot het einde toe.

Moge zij ons voorgaan
ook in de jaren die komen gaan.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.